
Carmignac Portfolio Patrimoine Europe: Brief van de Fondsbeheerders
(Aandelenklasse A EUR)
(Aandelenklasse A EUR)
(Aandelenklasse A EUR)
Carmignac Portfolio Patrimoine Europe A EUR Acc heeft in het eerste kwartaal van 2023 een rendement behaald van +0,91% en bleef daarmee achter bij de referentie-indicator1, die met +4,22% steeg.
Bespreking Europese markten
Het eerste kwartaal van het jaar stond in het teken van een reeks ups en downs op de wereldmarkten, waarbij het sentiment verschoof van een mogelijke zachte landing naar bezorgdheid over een nieuwe bankencrisis. Ondanks de aanvankelijke vrees voor een recessie als gevolg van de Russische invasie in Oekraïne presteerde de Europese markt beter dan de Amerikaanse dankzij een zachte winter, fiscale steunpakketten en de heropening van de Chinese economie, waardoor de groei beter uitviel dan verwacht. Hoewel deze sterkere economische groei tot een hardnekkiger inflatie leidde, konden Europese aandelen zich herstellen, voornamelijk dankzij sectoren met een hogere rentegevoeligheid, zoals luxegoederen en technologie. De vastrentende markten hadden echter te kampen met een ongekende volatiliteit als gevolg van de maatregelen die de centrale banken nemen om de economie af te remmen en de noodzaak om de liquiditeit te herstellen met het oog op de spanningen in de bankensector. Op de obligatiemarkten van de kernlanden zijn de schommelingen tussen en binnen handelsdagen nog nooit zo groot geweest, en de volatiliteit op de staatsobligatiemarkten was ongeveer even hoog als tijdens de grote financiële crisis.
Bespreking van het kwartaalresultaat
Met het oog op de volatiliteit van het afgelopen kwartaal koos het fonds voor een voorzichtige aanpak bij de samenstelling van de portefeuille, wat de minderprestatie ten opzichte van de markt verklaart. Gezien de uitstekende prestatie van de Europese markten eind 2022 en de sombere economische vooruitzichten had het fonds het afgelopen kwartaal een beperkte blootstelling aan aandelen van gemiddeld 20%. Hoewel de sectorverdeling aanvankelijk ongunstig was voor onze aandelenselectie, konden we onze achterstand verkleinen dankzij de volatiliteit in maart en onze tactische blootstelling aan Europese banken (winstneming eind februari). Onze op kwaliteitsbedrijven gerichte aandelenselectie had een positieve invloed op het rendement, vooral onze kernposities in de technologische sector (SAP, ASML), de gezondheidszorg (Novo Nordisk, Lonza) en de industrie (Assa Abloy, Schneider Electric). Wat betreft de negatieve bijdragen had onze obligatieportefeuille, ondanks de efficiënte effectenselectie in het bedrijfsobligatiesegment, te lijden onder onze blootstelling aan staatsobligaties. De afdekking van onze blootstelling aan de korte rente, die onze beleggingen moet beschermen tegen de aanhoudende inflatie, werd nadelig beïnvloed door de historisch hoge volatiliteit.
Vooruitzichten
Wat de macro-economische situatie in Europa betreft, zal de totale inflatie naar verwachting afnemen als gevolg van de dalende energieprijzen. De kerninflatie daarentegen zal waarschijnlijk hardnekkig hoog blijven, in ieder geval tot eind juni, als gevolg van loonstijgingen en tweederonde-effecten. Wat de groeiverwachtingen betreft, verwachten we dat de particuliere consumptie en de investeringen zullen afnemen omdat de financieringsvoorwaarden voor zowel huishoudens als bedrijven zijn verkrapt.
De ECB moet dus kiezen tussen de pest en de cholera. Met een hardnekkig hoge kerninflatie heeft de centrale bank geen andere keuze dan het monetair beleid verder te verstrakken, hoewel door het transmissiemechanisme de eerste tekenen van stress zichtbaar zijn geworden (op dit moment vooral in de VS, die een paar maanden vooruitlopen). Vanuit economisch perspectief is het grootste risico voor de ECB een niet-officiële loonindexering op basis van de stijgende prijzen. Het risico bestaat dan ook dat de inflatieverwachtingen zullen stijgen, aangezien de stijging van de onderhandelde lonen jaar op jaar is toegenomen van 3,5% in het eerste kwartaal van 2022 tot bijna 5% in het vierde kwartaal van 2022. In deze context verwachten we dat de ECB de komende vergaderingen haar beleid van renteverhogingen zal handhaven, wat dus nadelig zal zijn voor de langetermijngroei.
De als gevolg van deze risico's toegenomen onzekerheid vraagt om een defensieve houding, die we in grote lijnen als volgt gestalte geven:
In onze aandelenportefeuille ligt onze focus op het selecteren van bedrijven die een groeivertraging kunnen doorstaan. Door de recente verkrapping van de financieringsvoorwaarden en de negatieve impact die dit zou kunnen hebben op de investeringen, zijn we relatief voorzichtig over de ontwikkeling van de bedrijfswinsten. Daarom geven we de voorkeur aan kwaliteitsaandelen die dankzij hun kerncijfers en goed voorspelbare omzet en winst sterk genoeg zijn om een daling in de bedrijfswinsten te weerstaan of te temperen.
Wat betreft staatsobligaties zijn we weliswaar voorzichtig met betrekking tot het korte uiteinde van de curve, aangezien de ECB bij de volgende vergaderingen de rente verder zou kunnen verhogen, maar hebben we over het algemeen gekozen voor long-posities op de duration via staatsobligaties van kernlanden, omdat het vooruitzicht van een tragere economische groei steeds dichterbij komt. Een ander argument voor onze long-posities op de duration is de impact die een aanhoudend restrictief monetair beleid op de groeiverwachtingen op lange termijn zou kunnen hebben. Daarnaast hebben we enkele beleggingskansen geïdentificeerd bij Europese staatsobligaties, zoals Griekenland, dat aantrekkelijke waarderingen en solide kerncijfers biedt.
Op de bedrijfsobligatiemarkt hebben de spanningen in de bankensector geleid tot een enorme verruiming van de spreads, vooral die van financiële instellingen. We hebben van deze verruiming geprofiteerd om onze afdekkingen van de hand te doen. Onze bedrijfsobligaties zijn goed voor ongeveer 12% van de portefeuille, waaronder een blootstelling van 2% aan achtergestelde obligaties van solide spelers (bijv. BNP en Natwest).
Beheer van het staartrisico: Na een decennium van soepel en accommoderend monetair beleid vraagt de huidige toestand van het systeem nog steeds om voorzichtigheid, aangezien er scheuren beginnen te ontstaan. Daarom handhaven we enkele afdekkingsinstrumenten op aandelenindexen (de netto-aandelenblootstelling aan het begin van het kwartaal was 30%).

Carmignac Portfolio Patrimoine Europe
Carmignac Portfolio Patrimoine Europe A EUR Acc
- Aanbevolen minimale beleggingstermijn*
- 3 jaar
- Risicoschaal**
- 3/7
- SFDR-fondscategorieën***
- Artikel 8
*Aanbevolen minimale beleggingstermijn: Dit deelnemingsrecht/deze klasse is mogelijk niet geschikt voor beleggers die voornemens zijn hun inleg voor afloop van de aanbevolen termijn op te nemen. Deze verwijzing naar een beleggersprofiel is geen beleggingsadvies. Welk bedrag redelijkerwijs in een ICBE kan worden belegd hangt af van uw persoonlijke situatie en moet worden bekeken in relatie tot uw totale portefeuille. **Het profiel kan variëren van 1 tot 7, waarbij categorie 1 overeenkomt met een lager risico en een lager potentieel rendement, en categorie 7 met een hoger risico en een hoger potentieel rendement. De categorieën 4, 5, 6 en 7 impliceren een hoge tot zeer hoge volatiliteit, met grote tot zeer grote prijsschommelingen die op korte termijn tot latente verliezen kunnen leiden. ***De Sustainable Finance Disclosure Regulation (SFDR) 2019/2088. De SFDR-classificatie van de fondsen kan in de loop van de tijd veranderen.
Voornaamste risico's van het Fonds
Rendement
| Carmignac Portfolio Patrimoine Europe | +3,8 | +4,9 | +7,3 | +2,1 | −12,7 | +9,5 | +13,9 | +18,7 | −4,8 |
| Referentie-indicator | +4,3 | +8,3 | +5,1 | +9,5 | −11,0 | +10,2 | +2,4 | +16,4 | −4,8 |
| Carmignac Portfolio Patrimoine Europe | +6,9 % | +0,9 % | +4,4 % |
| Referentie-indicator | +8,2 % | +3,3 % | +4,3 % |
Bron: Carmignac op 30 okt. 2026.
Datum van de eerste NAV : 29/12/2017.
Het beheer van dit deelnemingsrecht/deze klasse is niet gebaseerd op de indicator. In het verleden behaalde resultaten en waarden bieden geen garantie voor toekomstige resultaten en waarden. De vermelde rendementen zijn netto na aftrek van alle kosten, met uitzondering van eventuele in- en uitstapkosten, en worden verkregen na aftrek van kosten en belastingen die van toepassing zijn op een gemiddelde detailhandelsklant die als natuurlijke persoon woonachtig is in België. Wanneer de valuta afwijkt van uw eigen valuta, bestaat er een valutarisico dat kan resulteren in een waardedaling. De referentievaluta van het fonds/subfonds is de EUR. Het fonds houdt een risico op kapitaalverlies in.
Het rendement kan stijgen of dalen als gevolg van valutaschommelingen voor de aandelen die niet valutadekkend zijn.
Referentie-indicator: 40% MSCI Europe NR index + 40% ICE BofA All Maturity All Euro Government index + 20% €STR Capitalized Index. Frequentie van herweging: Driemaandelijks